Leren praten

Waarom praten wij mensen wel, en apen niet? Lange tijd is dit het onderwerp van menig onderzoek geweest. Sommige onderzoekers meenden dat taal in de genen zou zitten en anderen dachten dat een stimulerende omgeving doorslaggevend zou zijn.

Wolfskinderen

De psycholoog Winthrop Kellogg hoorde bij deze tweede groep. Hij las in 1927 over wolfskinderen. Twee meisjes waren in India tussen wolven opgegroeid en toen ze eenmaal ontdekt waren koste het de grootst mogelijke moeite ze rechtop te laten lopen of ze te leren hun handen te gebruiken tijdens het eten. De algemene aanname was dat de meisjes al geestelijk gehandicapt waren toen ze door de wolven opgenomen werden maar Kellogg kon zich hier niet in vinden. Hij was in de veronderstelling dat de meisjes een normaal intelligentieniveau hadden (hoe hadden ze anders kunnen overleven) maar dat zij zich als wolven hadden leren gedragen. Omdat het (uiteraard) niet mogelijk was om een kind van normale intelligentie in een groep dieren te plaatsen om te zien waartoe dit zou leiden besloten hij en zijn vrouw het experiment andersom te doen.

Het aapje Gua

Het echtpaar kreeg een Chimpanseemeisje genaamd Gua toegewezen dat ze samen met hun zoon Donald wilden opvoeden. Ze hoopten met hun experiment aan te tonen dat de omgeving van doorslaggevende invloed zou zijn voor de ontwikkeling en niet aangeboren eigenschappen. Als hun experiment zou slagen, zou Gua dus net zoveel kunnen leren als hun zoon David.

Gua-en-DonaldNet als hun zoon werd Gua vervoerd in een kinderwagen en ook leerden ze haar met bestek te eten. De ontwikkeling van beide werd scherp in de gaten gehouden. Gua leerde eerder rechtop te lopen dan Donald, en hing ook vaker in de gordijnen. Ze herkende mensen beter op basis van geur en kleding terwijl Donald mensen eerder herkende aan het gezicht. Taal echter werd het breekpunt in het onderzoek. Hoewel Gua geluiden wel na kon doen imiteerde ze nooit het gebrabbel van Donald. Donald echter begon wel de geluiden van Gua over te nemen en begon te blaffen zodra hij eten kreeg. Hier was echt echtpaar niet zo van gecharmeerd en het experiment is na negen maanden stopgezet. De conclusie die zij aan het experiment verbonden was dat een stimulerende omgeving wel degelijk noodzakelijk is voor de ontwikkeling van aangeboren vaardigheden. Maar wat niet is aangeboren kan in zo’n omgeving dus ook niet ontwikkelen, zo had Gua aangetoond.

Baby’s

Na dit onderzoek volgden er nog velen maar tot nu toe is niemand er in geslaagd een aap te leren praten. Biologisch gezien heel logisch; de mondkeelholte van een aap is heel anders dan die van ons mensen. Wij hebben een kortere, rondere tong dan een aap en ons strottenhoofd ligt lager in de keel.  Dit gegeven zorgt ervoor dat wij vele malen meer spraakgeluiden kunnen maken dan apen. En dan baby’s bovendien. De mond van een baby is er in de eerste levensfase op gemaakt goed te kunnen zuigen. Pas na maanden veranderd dit en ontstaan steeds meer geluidjes.

Bron; L. Workman, W. Reader, Evolutionary Psychology, Cambridge University Press, 2008

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s